“Ze” kunnen wel zwemmen

Het is oktober en we krijgen geregeld cadeautjes van moeder natuur. Zo ook deze dag. De zon schijnt en het voelt heerlijk in de buitenlucht. Een vest en een sjaal volstaat voor mij. Ik ben alleen met zoon 2 en 3. De hond moet er uit. Ik begin alvast met voorbereiden van zoon2. Overgangen naar volgende activiteiten zijn altijd erg lastig voor hem, helemaal als de huidige activiteit bestaat uit luieren op bed. Hij beantwoordt eerst mijn mededeling met ” Nee! Ga weg”.  Zijn juf vertelde me wel eens dat ze hem op die momenten op Darth Vader vindt lijken. Ik bedenk me dat ze gelijk heeft. Ik laat hem even achter en spoor zoon3 aan om zijn schoenen aan te doen. Ondertussen bedenk ik een locatie waar we allemaal blij van worden. Meestal rij ik naar het bos, maar daar zal ik achteraf spijt van krijgen. Het heeft een paar dagen geregend en de Almeerse bossen zijn dan zeer moeilijk begaanbaar. Ik ben bang dat we een schoen of een laars gaan verliezen.

Het is al oktober, dat betekent dat we op alle stranden weer welkom zijn. Veel kilometers zullen we niet maken, want de zoons spelen met zand en water, maar voor de hond is het heerlijk. Dit alles betekent dat het voor mij ook heerlijk is.

Tot mijn verbazing komt zoon2 al naar beneden. We kunnen uiteindelijk vrij vlot vertrekken.

Op het strand aangekomen is het alles wat ik er van te voren van gedacht had. De zon is heerlijk, er zijn maar weinig mensen en honden op het strand. We sjokken langs de branding. (Het heet toch branding? Ook al is het geen echte zee, toch?) De jongens willen geregeld stoppen om wat zand in het water te gooien. De hond vindt het geweldig. Hij gedraagt zich als een pup. Ik snuif de frisse lucht op. Ik romantiseer wat, want het Almere strand ligt naast de A6. Over frisse lucht is dus nauwelijks te spreken en ook de branding ligt vol plastic. Maar het maakt me niet uit. Het is een genietmomentje, plastic en vervuilde lucht laat ik geen afbreuk doen aan dit moment.

Opeens word ik van verre aangekeken. Dat soort dingen voel je. De gestalte komt dichterbij. Het blijkt een oude bekende. We praten wat. Opeens zegt hij: “Ze kunnen zeker niet zwemmen?” Ik volg zijn blik om te kijken over wie hij het heeft. Misschien wel over de beide zoons, maar zijn blik eindigt alleen bij zoon2. Het wordt me duidelijk dat dit een opmerking is uit de categorie: Ze zijn zo muzikaal…

Wat zal ik hier mee doen. Mijn stilte is iets te lang, denk ik, want de bekende kijkt me vragend aan. Ik besluit mee te gaan op zijn gespreksniveau. “Ze” kunnen wel zwemmen.” Besluit ik te zeggen. De man lijkt verbaasd.

“Het is nog even de vraag of “ze” dat met kleding ook kunnen, zo ver zijn “ze”  nog niet in de zwemles. Hij blijft verbaasd kijken. Hij bedoelt het ook niet zo. Het is best een hele vriendelijke man. Ik besluit mijn cynisme te staken. We praten nog wat en ik besluit met de zoons verder te sjokken.

Ik denk nog even terug aan het gesprek. De beste man bedoelde het niet verkeerd, maar waarom moeten nu alle mensen met downsyndroom over een kam geschoren worden? Ik begrijp best dat om een bepaald type mens aan te duiden je er een groepje van maakt. Feit is dat alle mensen met Down een chromosoomafwijking hebben en bepaalde kenmerken daarbij horen, maar feit is ook dat alle muzikanten een instrument bespelen, maar heus dat niet alle muzikanten hetzelfde instrument bespelen.

Er is toch nog veel onbekend over Downsyndroom, bedenk ik.

In gedachten verzonken ben ik een heel stuk vooruit gelopen. Zoon2 loopt een stuk achter me.

“Thijn kom eens in mijn hokkie!”  Zoon twee glimt van oor tot oor en rent liefdevol op me af. Als hij bij me is, omarmt hij me op een manier zoals alleen hij dat kan doen. Och “Ze” houden zo van knuffelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *