Don´t push the red button

Niet mee willen, op de grond liggen, mopperen. Dat deed zoon2 als we ergens naar toe moesten waar hij niet heen wilde, of niet vandaan wilde. Hoe vaak liep ik niet rood aangelopen en met het zweet op mijn voorhoofd als ik hem ergens mee moest nemen en hij niet weg wilde? Ik heb het als een zware periode beschouwd. Ik hoor u denken, dat doen toch alle peuters? Peuters, ja, maar zoon2 vertoonde dit gedrag tot een jaar geleden nog. Die tilde ik niet meer onder mijn arm mee, zoals ik bij mijn peuters zou doen als ze niet zouden luisteren. Bij zoon2 ging dat gewoon niet meer. Niet alleen was hij meer dan 30 kilo, hij hield zich ook nog eens als een aardappelzak. Hoe vaak heb ik niet met mijn handen in het haar gestaan met zoon2 die zich uit mijn greep wilde wurmen of zich gewoon uit mijn armen liet glijden omdat hij nu eenmaal heel goed een zak aardappels kan nadoen? En dat maakte het zwaar, heel zwaar, kan ik achteraf wel zeggen. Zoon2 is daar inmiddels overheen, hij heeft deze periode achter zich gelaten, maar ik allerminst… Hoewel hij fluitend overal mee naar toe gaat, breekt bij mij nog steeds het zweet uit als er een doktersafspraak voor hem op de agenda staat. De gevoelens en de herinneringen aan deze periode komen in alle hevigheid naar voren en alles in mij roept dat zijn vader met hem mee moet gaan. Dat is het verschil tussen manlief en mij. Hij doet alles gewoon, stapt overal vol vertrouwen in. Herinneringen en gevoelens schakelt hij gewoon uit. Een dagje oud Valkeveen? Hij gaat alleen met drie kinderen op pad. Ik niet, ik zie al voor me dat ik zoon2 niet meer uit de draaimolen krijg en alle bezoekers van het park medelijden met mij hebben omdat ik mijn zoon niet onder de duim heb. Nee, ik doe dat soort dingen liever met manlief erbij.

Maar ik ben er klaar mee! Ik weet het! Ik weet het toch dat zoon2 niet meer de moeilijkste is? Hij begrijpt de wereld beter, hij kan zichzelf beter duidelijk maken en bij begrijpt mij als ik zeg dat hij een ijsje krijgt als hij nu met mij mee komt!  Waarom blijft dat verrekte gevoel me dan toch steeds achtervolgen? Het zal tijd nodig hebben, maar eerlijk gezegd heb ik die tijd niet. Ik heb jaren op dit moment gewacht dat ik ‘normaal’ alleen met mijn zoon ergens naar toe kan gaan. Toen hij dan ook een doorverwijzing naar de kaakchirurg in het ziekenhuis kreeg, was ik resoluut in mijn beslissing. Ik zou met hem mee gaan, ik en niemand anders. Nou ja, niet helemaal alleen. Ik zou mijn moeder meenemen en zoon3 moest natuurlijk mee.

Alles ging gesmeerd die dag. Heel even bij het uitstappen op de parkeerplaats, wilde hij liever naar het centrum toe dan naar het ziekenhuis. Ik eigenlijk ook, maar dat kon ik hem niet zeggen. Toen ik hem dat ijsje beloofde, was dat genoeg stimulans om mee te gaan naar het ziekenhuis. We hebben daar ontzettend lang in de wachtkamer gezeten. Ik ben nu eenmaal graag op tijd en helemaal met de zoon die bijna altijd op zijn dooie akkertje loopt. Haast kent hij niet, waarom zou hij, ze wachten wel. Een jaloersmakende houding, heerlijk als je geen haast en tijdsdruk ervaart.

We werden binnengeroepen. Eenmaal binnen zag ik dat zijn focus scherp werd. Ik volgde zijn blik en ik kwam uit bij een rode knop onder de tandartsstoel. Omdat mijn alertheid rondom zijn bewegingen nog altijd even scherp is, dook ik direct naar de rode knop. Ik kon nog uitbrengen dat hij op de rode knop wilde drukken. De kaakchirurg, die duidelijk niets van deze alertheid in zich had, zei enkel dat hij dit niet mocht indrukken. Helaas was zij nog niet op de hoogte van de andere jaloersmakende eigenschap van de zoon. Hij trekt zich namelijk van niemand iets aan. Het lukte mij niet om bij de rode knop te komen, maar de zoon wurmde zich overal doorheen en voor we het wisten stonden de hulptroepen in de kamer. Gelukkig konden ze er om lachen en vertrokken weer net zo snel als ze gekomen waren. De rode knop had ik inmiddels op de kast kunnen leggen. Echter zijn focus op de rode knop bleef. Hij had totaal geen zin om naar de instructies van de chirurg te luisteren, totdat ik iets in zijn ogen zag veranderen. En ik wist het, ik ken hem, ik wist wat hij dacht. Hij is in de stoel gaan liggen en heeft zich in de mond laten kijken. De chirurg kon goed kijken wat haar te doen stond. Toen ze klaar was sprong hij op en keek verlangend naar de rode knop. Hij had gedacht, als ik nu maar goed luister, dan krijg ik de rode knop. Helaas mocht hij echt niet meer op de rode knop drukken. Ik snapte niet waar die fascinatie vandaan kwam en ik vreesde dat ik hem niet meer uit de behandelkamer zou krijgen. Heel even was ik vergeten dat hij groot geworden is. Hij liep heel rustig achter mij aan de kamer uit. En alsof hij wist dat ik hem niet begreep, wilde hij me uitleggen waarom hij die knop toch zo interessant vond. ‘Dag commandant Staal’, zei hij. * de commandant die altijd op de rode knop drukt als er brand is in de tekenfilm van brandweerman Sam.

‘Zo en nu een ijsje eten!’ En vrolijk liep hij de kamer uit. Hij is groot, de knop is  bij mij nu echt om.

5 thoughts on “Don´t push the red button

  1. Zo leuk weer om het te lezen.
    Ook hier lees je dat kleine jongetjes toch groot worden. Kom man. Heb vertrouwen. Het komt allemaal goed schatje.

  2. Martha wat heb ik genoten van dit verhaal! Zo herkenbaar! Zó jullie zoon 2 🙂
    Heerlijk om te lezen! Wat fijn dat het zo goed gaat!
    Liefs, Joke

  3. Wat mooi geschreven zeg! mooi verhalen en favoriete bezigheden van jou. Jij schrijft denk ik best wel veel achja wie schrijft die blijft he. 😀 Jij doet best een hoop. Respect voor je.
    Groetjes Jolanda.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *